Hoe plantaardig eten we?

Gepubliceerd: 6 april, 2024

Auteur: Roel Koolen

Oprichter OSJ

Steeds vaker horen we dat Nederlanders minder vlees eten en willen eten. Onze vleesconsumptie is zelfs werkelijk aan het dalen. Positieve signalen, want meer plantaardig eten is goed voor onze gezondheid, het klimaat en de natuur. Aan de andere kant stagneert de verkoop van vleesvervangers. Hoe staan we er dan nu voor als het gaat om voeding? Hoe plantaardig eten we? En wat zijn ook weer de voordelen? In dit artikel lees je er meer over.

Meer plantaardig eten levert voordelen op

Eiwitten zijn een essentiële bouwstof die je dagelijks uit eten en drinken binnenkrijgt. Weet jij hoeveel je uit plantaardige voedingsmiddelen haalt en hoeveel uit dierlijke? Recent onderzoek laat zien dat Nederlanders gemiddeld 39% van hun eiwitten uit plantaardige producten (groenten, volkoren granen, noten, peulvruchten) halen en 61% uit dierlijke producten (vlees, zuivel, vis). In de jaren ’60 was die eiwitverhouding juist andersom: 60% plantaardig en 40% dierlijk. Die verandering is vooral gekomen door welvaartsgroei en verstedelijking.

Een overstap naar meer plantaardige eiwitten levert ons meerdere voordelen op. Zo verlaagt het de kans op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en kanker (Gezondheidsraad). Mits we gevarieerd eten natuurlijk. En het verlaagt de uitstoot van broeikasgassen en de hoeveelheid land die nodig is voor landbouw. De overheid en verschillende organisaties werken dan ook samen om Nederlanders te stimuleren weer meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten binnen te krijgen. Ook wel de eiwittransitie genaamd.

Wie eten er meer plantaardig, en hoe?

In de eiwitmonitor valt op dat het vooral jongeren (18-29) zijn die al meer plantaardig eten. Zij halen bijna de helft van hun eiwitten uit plantaardige voedingsmiddelen en voldoen daarmee al aan de doelstelling van de overheid voor 2030. Opvallend is dat de flexitariër, die de laatste jaren aan populariteit heeft gewonnen, net zoveel dierlijke eiwitten binnenkrijgt als de vleeseter. De flexitariër haalt meer eiwitten uit brood en minder uit kip dan de vleeseter, maar compenseert dat met gehakt en kaas. Over het geheel halen we de meeste dierlijke eiwitten uit kipfilet, melk, yoghurt gehakt en kaas. Plantaardige eiwitten halen we vooral uit bruin en volkoren brood, pindakaas en aardappelen. Brood valt op omdat het niet perse veel eiwitten bevat, maar wij Nederlanders er juist veel van eten. Tegenover plantaardige vlees- en zuivelvervangers staan de meeste Nederlanders overigens nog niet heel positief.

Hoe kunnen we plantaardig eten stimuleren?

Nederlanders zijn in 15 jaar tijd een klein beetje meer plantaardig gaan eten, aldus de recente Eiwitmonitor. Goed nieuws is dat jongeren al een flink eind op weg zijn naar een duurzaam en gezonde balans in eiwitten. En dat de meeste Nederlanders positief staan tegenover noten, pitten, zaden en peulvruchten. De huidige trend is dus wel positief, maar heeft meer snelheid nodig. Waar kunnen we die snelheid creëren? Waar maken we de meeste impact?

Avondmaaltijd en restaurant – In onze avondmaaltijden komt op dit moment nog 70% van de eiwitten uit dierlijke voedingsmiddelen. Terwijl we bij het ontbijt en lunch meer plantaardige keuzes maken. Focus dus op het avondeten. Ook valt op dat we in restaurants veel meer dierlijke eiwitten tot ons nemen dan op andere plekken. Restaurants zouden ons veel meer kunnen inspireren met lekkere plantaardige gerechten.

Supermarkt – De omgeving waarin we eten kopen kan het ons makkelijker maken. De supermarkt biedt nu meer producten aan met dierlijke eiwitten dan plantaardig: 68% vs. 32%. Producten met dierlijke eiwitten krijgen daarnaast meer plek in de supermarkt, hebben meer variatie in keuzes, de verpakking is vaak groter, er is meer promotie en de prijs is vaak lager. Dat kunnen supermarkten veranderen.

Aanbod van recepten – Op de websites van supermarkten is het aanbod recepten met dierlijke eiwitten nog steeds groter dan het aanbod plantaardig of vegetarisch. En ondanks dat het aantal vegetarische recepten relatief nog best aanzienlijk is valt het op dat er in die vegetarische recepten nog steeds veel dierlijke eiwitten worden gebruikt.

Gedrag – In ons eetgedrag en het beïnvloeden van dat gedrag spelen onze gewoontes, wat we anderen zien doen en het ervaren van positieve emoties een belangrijke rol. We kunnen bijvoorbeeld meer positieve en emotionele verhalen vertellen over plantaardig eten en Nederlanders te helpen hun vaardigheden in plantaardig koken verbeteren.

Willen we plantaardig eten nog meer stimuleren dan is het goed om onze behoeftes en gedrag in het achterhoofd te houden. Zo vinden we het belangrijk dat eten vooral lekker, betaalbaar, gezond en veilig is, maar kiezen doen we vooral uit gewoonte en op basis van wat we anderen zien doen. Door nog meer en beter te laten zien hoe lekker en gezond plantaardig eten is, welke plantaardige keuzes veel Nederlanders al nemen én de supermarkt anders gaan inrichten kunnen we onze manier van eten gezonder en duurzamer maken.

Bronnen:

Wellicht ook interessant…