Waarom is minder vlees eten duurzaam en nodig?

Gepubliceerd: 22 maart, 2022

Auteur: Roel Koolen

Oprichter OSJ

Voor veel Nederlanders is bepalen wat je gaat eten al uitdaging genoeg. De keuze is enorm en we leiden drukke levens. Helaas zijn we in de overvloed aan keuzes niet gezonder en ook niet duurzaam gaan eten. Hoe komt dat? Achter ons voedsel zit een systeem waar we niet vaak bij stilstaan. Dat voedselsysteem veroorzaakt problemen: natuur verdwijnt, bodemvruchtbaarheid vermindert, het verbruikt veel water en het zorgt voor uitstoot van broeikasgassen. Minder vlees eten is een belangrijke stap om duurzaam te gaan leven. Waarom is dat nodig? In dit artikel lees je daar meer over.

Hoe is ons voedselsysteem ontstaan?

Laten we teruggaan in de tijd om het huidige voedselbeleid beter te begrijpen. In de jaren dertig, en vooral in de Hongerwinter van 1944, is voedsel niet zo vanzelfsprekendheid als vandaag. ‘Dat moet veranderen’ is de gedachte bij veel overheden. Europa en de Verenigde Staten gaan aan de slag om honger te voorkomen. In Nederland ontstaat van de overheid de missie ‘Nooit meer honger’ met als doel om de voedselproductie te verhogen via meer opbrengst uit gewassen en landgebruik.

Gemiddeld produceren we nu 4.500 tot 5.000 calorieën per persoon per dag, waarvan er circa 2.950 calorieën op ons bord eindigen (FAO, 2021).

Wat is het effect van ons voedselsysteem?

Het voedselbeleid van na de Tweede Wereldoorlog slaagt als het gaat om productie. Gemiddeld produceren we nu 4.500 tot 5.000 calorieën per persoon per dag, waarvan circa 2.950 calorieën op ons bord eindigen (FAO, 2021). Voedselverspilling in de keten en in huishoudens is de reden dat we niet alles nuttigen. Die calorieën zijn uiteraard een gemiddelde want voedsel is scheef verdeeld over de wereld. Toch zegt dit gemiddelde wel iets want in een gezond dieet hebben we aan 2.000 tot 2.200 calorieën genoeg (WHO).

De hoge productie heeft echter negatieve gevolgen. We eten niet duurzaam en niet gezond. Het voedselsysteem is een belangrijke veroorzaker van uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteitsverlies (60% vermindering), verandering van landgebruik (40% van het bewoonbare land is agricultuur), veel watergebruik (70% van het zoet water) en afname van bodemvruchtbaarheid. Daarnaast hebben 2,2 miljard mensen overgewicht (en deels zelfs obesitas) en andere gezondheidsziekten zoals diabetes en hart- en vaatziektes. Meer voedsel produceren is gelukt, maar tegen een hoge en onhoudbare prijs.

We zijn anders gaan eten

In de afgelopen 60 jaar zijn we meer dierlijk voedsel gaan eten en minder plantaardig voedsel. Of anders gezegd, we eten meer vlees, zuivel en eieren en minder groenten, peulvruchten, granen, fruit en noten. Dit komt niet alleen door het voedselbeleid van na de Tweede Wereldoorlog, maar ook door welvaartsgroei, bevolkingsgroei en het feit dat meer mensen in steden zijn gaan wonen (urbanisatie). Haalden we in 1961 nog 60% van onze eiwitten uit plantaardige producten, vandaag de dag is dat andersom. Slechts 40% van onze eiwitten is plantaardig (Van Dooren, 2018). Zo zijn we wereldwijd gemiddeld veel meer vlees gaan eten. Van 23 kilogram per persoon per jaar in 1961 naar 43 kilogram (FAO). En in Nederland liggen we met 76 kg per jaar (incl. karkasgewicht) en 38 kg per jaar (excl. karkasgewicht) niet ver achter dat wereldwijde gemiddelde.

Om één kilocalorie rundvlees of lam te produceren is 100 keer meer land nodig dan wanneer je diezelfde kilocalorie plantaardig produceert.

Wat is de invloed van meer dierlijk voedsel?

Ons eetpatroon en vraag naar voedsel bepaalt wat we produceren. Om vlees, zuivel en eieren te produceren hebben we koeien, varkens, schapen, geiten en pluimvee nodig. Lag de totale hoeveelheid vee in 1961 nog rond de 5 miljard dieren, tegenwoordig zijn dat ongeveer 27 miljard dieren (FAO). Vee heeft zelf ook eten nodig om te leven en te groeien. De manier waarop we nu omgaan met veeteelt en hun voer heeft invloed op landgebruik, uitstoot van broeikasgassen, gebruik van water en bodemvruchtbaarheid.

1. Veel land nodig

Dierlijk voedsel (vlees, zuivel, eieren) heeft meer ruimte nodig dan plantaardig voedsel. Om één kilocalorie rundvlees of lam te produceren is 100 keer meer land nodig dan wanneer je diezelfde kilocalorie plantaardig produceert (Poore, Nemecek’s, 2018). Dat komt omdat we veel land gebruiken om veevoer te verbouwen, of er vee op laten grazen (grasland). Wereldwijd gaat 66% van het mais en soja naar vee, en 33% van het graan (Willet et al., 2019). Bovendien creëren we nieuwe landbouwgrond ten koste van natuur (ontbossing), waardoor biodiversiteit verdwijnt. Inmiddels is 40% van het bewoonbare land in gebruik voor agricultuur, waarvan 77% in gebruik is voor veeteelt (FAO, 2019). Ontbossing is overigens niet alleen een probleem voor biodiversiteit dat verloren gaat, maar ook omdat er dan CO2 vrijkomt. En landbouwgrond is minder in staat is om CO2 op te slaan dan natuur.

2. Meer uitstoot van broeikasgassen

Dierlijk voedsel heeft over het algemeen een grotere voetafdruk dan plantaardig voedsel. Bij het produceren van 1 kilogram rundvlees komt zo’n 99 kilogram CO2e vrij, terwijl voor het produceren van 1 kilogram tofu zo’n 3 kilogram CO2e vrijkomt. Bekijk je de hoeveelheid in aantal kilocalorieën of in proteïne dan kom je op vergelijkbare verhoudingen. Veeteelt veroorzaakt die uitstoot van broeikasgassen op verschillende manieren. Via fermentatie in de maag van koeien en varkens komt er bij scheten en boeren methaan vrij. Methaan en lachgas komen vrij bij de opslag van mest en bij het bemesten van het land. En tot slot vraagt dierlijk voedsel meer ontbossing wat tot uitstoot leidt. Rund (en dus ook kaas) en lam veroorzaken de meeste uitstoot, varken en gevogelte daarna, terwijl plantaardig voedsel vele malen minder uitstoot veroorzaakt.

3. Water en bodem staan onder druk

Bij het gebruik aan water denken we al snel aan douchen, de was doen of de tuin sproeien. Het meeste water gebruiken we echter voor ons voedsel. 70% van al het schoon water gaat naar ons voedselsysteem (FAO, 2019). Dat komt omdat het produceren van dierlijk voedsel veel meer water nodig heeft dan plantaardig voedsel en omdat de wereldbevolking groeit. Daardoor moet de natuur steeds meer met ons concurreren om water, maar dreigt tegelijk op veel plekken in de wereld waterschaarste omdat het klimaat verandert. En ook de bodem heeft het lastig in ons voedselsysteem. Maximalisatie van productie per stuk landbouwgrond staat centraal. Het gebruik van kunstmest, zwaardere machines en pesticiden zijn belangrijke redenen waarom de bodemvruchtbaarheid afneemt (Zanen, 2015). Wereldwijd heeft 34% van alle landbouwgrond te maken met bodemdegradatie (FAO, 2021).

Bevolkingsgroei vraagt om verandering

Het voedselsysteem dat we nu hebben zal ervoor zorgen dat we buiten de grenzen van de aarde terechtkomen. De wereldbevolking zal in de komende dertig jaar naar verwachting met 2 miljard mensen groeien. Dat betekent dat we 10 miljard mensen in 2050 moeten voeden. Om dat te realiseren is 50% meer voedsel nodig, en zelfs 70% meer dierlijk voedsel. Doen we dat met het huidige voedselsysteem dan zullen alle bestaande bossen en savanne verdwijnen voor voedseldoeleinden omdat we ongeveer 67% meer land voor gewassenteelt nodig hebben (WRI, 2019). Bovendien zal de uitstoot van broeikasgassen naar schatting met 87% toenemen en de behoefte aan water met 65% (Springmann, 2018).

Hoe kunnen we duurzamer eten?

Om klimaatverandering te veranderen en binnen de grenzen van de aarde te blijven moeten we het voedselsysteem op drie punten veranderen:

  1. Meer plantaardig eten
  2. Minder voedselverspilling
  3. Productie aanpassen

Meer plantaardig eten – Verandering van onze consumptie maakt veel impact op de uitstoot van broeikasgassen. Als we overstappen naar een meer plantaardig dieet, waarin groenten, peulvruchten, volkoren granen, fruit en noten centraal staan, kan de uitstoot met 45% (vegetarisch) tot 55% (vegan) verminderen (Springmann, 2016). En ook een flexitarisch dieet kan ons net binnen de grenzen van wat toelaatbaar is brengen (Willet, 2018). Hoe dan ook, we zullen veel minder vlees, vis, zuivel en eieren moeten gaan eten. Een duurzame en gezonde verhouding van 40% dierlijke en 60% plantaardige eiwitten is nodig.

Minder voedselverspillingOp dit moment verspillen we zo’n 40% van ons voedsel. Voedselverspilling verminderen zorgt ervoor dat we efficiënter om kunnen gaan met ons landgebruik, water en kunstmest. Een halvering van de voedselverspilling is realistisch door overconsumptie te verlagen, betere productieprocessen, meer voedsel van het seizoen en gedragsverandering van consumenten (T. Timmermans, 2020).

Productie aanpassen – Akkerland met gewassen die mensen kunnen eten moeten we ook alleen voor mensen verbouwen, niet meer voor de veeteelt. Denk daarbij aan graan, mais, soja en gerst. Vee voeden we met reststromen en gras, aangevuld met voeding die fermentatie vermindert. Daarnaast moeten we het huidige niveau aan biodiversiteit minimaal behouden. Dat betekent stoppen met natuurlijke ecosystemen te vervangen met landbouwgrond. En tot slot, via regeneratieve en duurzame landbouw verbeteren we bodemgebruik, watergebruik, omgang met chemicaliën en het gerichter uitgevoerd van kunstmest.

Aanvullende beleidsmaatregelen

  • Duurzaam en gezonde voeding moet betaalbaarder worden.
  • Werkelijke prijzen voor alle voeding door milieu- en gezondheidsgevolgen van voedsel mee te laten tellen.
  • Restricties voor reclame en gemak van niet-duurzame en ongezonde voeding.
  • Meer en betere educatie over gezonde voeding van duurzame voedselsystemen.
  • Aantrekkelijkheid en promotie van duurzame gerechten vergroten.
  • Publiek voedsel (scholen, ziekenhuizen, etc.) verbeteren

Hoe eet je duurzaam en gezond?

In een duurzaam en gezond eetpatroon eten we meer plantaardig en minder dierlijk voedsel. We halen 60% van de eiwitten en calorieën uit plantaardig eten door groenten, volkoren granen, peulvruchten, fruit en noten centraal te zetten. Maximaal eten we nog zo’n 275 gram vlees per week en vul je dit aan met één portie zuivel per dag, aldus Wageningen Universiteit en een groep wetenschappers (Willet et al, The Lancet, 2016). Ander onderzoek (Springmann, 2018) toont aan dat we met een vegetarisch of veganistisch dieet de meeste uitstoot van broeikasgassen besparen (45-55% reductie).

En wie denkt dat we dan te weinig eiwitten binnenkrijgen. Op dit moment krijgen de meeste Nederlanders te veel eiwitten binnen (105 gram per dag). Met een duurzaam en gezond dieet is dat rond de 0,8 gram per kilo lichaamsgewicht (60 gram eiwitten voor iemand die 75 kg weegt). Wil je minder vlees gaan eten? Bekijk dan deze tips. Benieuwd of je wel voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt bij minder dierlijk voedsel? Bekijk dan dit artikel.

Bronnen:

  • Springmann, et al., 2018. Options for keeping the food system within environmental limits.
  • Springmann, et al., 2016. Analysis and valuation of the health and climate change cobenefits of dietary change.
  • Willet. et al, 2019. Food in the Anthropocene.
  • PBL, 2019. Hoe overheden, bedrijven en consumenten kunnen bijdragen aan een duurzaam voedselsysteem.
  • Zwarte de, I., Candel, J. 2021. Tien miljard monden: Hoe gaan we de wereld voeden in 2050.
  • Van Zanten, etal. 2019. Defining a land boundary for sustainable livestock consumption.
  • Poore, J. & Nemecek, T. (2018). Reducing food’s environmental impacts through producers and consumers.
  • Rli (2018). Duurzaam en gezond: Samen naar een houdbaar voedselsysteem.
  • FAO, 2021. Agricultural outlook 2021-2030
  • Dooren, C. van (2018). Brondocument: Naar een meer plantaardig voedingspatroon. Voedingscentrum.
  • OECD, 2010. Sustainable management of water resources in agriculture. Paris, OECD.
  • Our World in Data: food choices and emissions
  • Our World in Data: environmental impacts of food
  • Voedingscentrum: watergebruik

Wellicht ook interessant…