Dag in dag uit brengen allerlei vervoersmiddelen ons naar de plek van bestemming. En als we onszelf niet vervoeren dan zijn het wel grondstoffen, materialen en eindproducten. Van personenauto’s tot zware vrachtwagens, van containerschepen tot vliegtuigen, vervoersmiddelen zijn er in allerlei soorten en maten. Wat hebben deze vervoersmiddelen gemeen? Hun aandrijving leunt vaak nog zwaar op fossiele brandstoffen. Vanwege het klimaat is verandering hard nodig, maar we stappen nu eenmaal niet eenvoudig af van wat we gewend zijn. Kijk maar naar onze geliefde auto. Een leven zonder kunnen we moeilijk voorstellen. Hoe kunnen we dat oplossen? Gaat ons autobezit bijvoorbeeld veranderen? Je leest er meer over in dit artikel.
Nederlanders bezitten veel auto’s
Nederland heeft een grote autodichtheid. Met 229 auto’s per vierkante kilometer staan we bovenaan in Europa. Sinds 1990 is het autobezit van 0,8 naar 1,1 auto per huishouden toegenomen, maar dat aantal per huishouden is scheef verdeeld. Zo heeft een kwart van de huishoudens geen auto, terwijl 6% zelfs 3 of meer auto’s bezit. Al onze auto’s nemen veel ruimte in beslag, bij elkaar zo’n 19 miljoen parkeerplaatsen ofwel 225 vierkante kilometer (KiM). En dat terwijl auto’s 96% van de tijd ongebruikt geparkeerd staan. We reserveren dus veel ruimte voor stilstaande bezittingen. Voor de verbeelding, 225 vierkante kilometer komt overeen met de grootte van de gemeente Amsterdam. En dan telt de ruimte die gecreëerd wordt om met auto’s te rijden nog niet mee. Van de openbare ruimte in steden is zo’n 50% ingericht voor geparkeerde en rijdende auto’s (KiM).
Was het bezitten van een auto ooit een keuze, inmiddels kun je bijna niet zonder. We zijn meer auto’s gaan bezitten, wat leidt tot meer autogebruik. Hierdoor is de maatschappelijke druk om allerlei bestemmingen van goede bereikbaarheid met een auto te voorzien ook toegenomen (KiM). Bijkomend effect? Dit autosysteem zorgt voor een groeiende autoproductie waar veel CO2-uitstoot vrijkomt. Naar verwachting neemt het aantal auto’s in Nederland toe, maar zullen in de randstad de alternatieven voor een auto aantrekkelijker worden. Vanuit klimaatimpact en de almaar schaarsere ruimte kan minder autobezit wel belangrijker gaan worden.
Vervoersmiddelen en hun effect op het klimaat
We denken vaak als eerste aan het vliegtuig wanneer het gaat over klimaatimpact. Toch komt de meeste CO2-uitstoot bij vervoersmiddelen van het wegverkeer. Van de wereldwijde broeikasgasuitstoot door vervoersmiddelen komt bijna 75% van wegverkeer, terwijl internationaal vliegverkeer en scheepvaart ieder zo’n 11% bijdragen. De oorzaak zit in de aantallen. Veel mensen hebben een auto, welvarende gezinnen hebben er vaak zelfs meerdere. Er rijden dan ook zo’n 1,5 miljard personenauto’s op deze aardbol. Daartegenover staan zo’n 5.600 containerschepen en 25.000 vliegtuigen. Die paar schepen en vliegtuigen gebruiken dan wel weer erg vervuilende brandstof (bunkerolie) en overbruggen grote afstanden die veel energie kosten.
In Nederland wijkt de bijdrage per vervoersmiddel iets af. Een derde van de uitstoot van broeikasgassen bij vervoersmiddelen komt van wegverkeer, 44% uit de zeevaart en 13% door de luchtvaart (PBL). Er rijden inmiddels meer dan 9 miljoen personenauto’s rond terwijl de luchtvaart ‘slechts’ bestaat uit zo’n 285 vliegtuigen. In totaal stootten al onze vervoersmiddelen in 2022 zo’n 76,5 megaton CO2e uit (CBS Statline). Daarvan is 9,6 megaton CO2e afkomstig van international luchtvaart uit Nederland en 37,4 megaton CO2e van de internationale zeevaart. De rest is afkomstig van de sector mobiliteit dat onderdeel is van het Nederlandse Klimaatakkoord en bestaat uit: personenauto’s, bestelauto’s, vrachtwagens, motorfietsen en binnenvaart.
Bovenstaande cijfers betreft de uitstoot van broeikasgassen door alle Nederlandse vervoersmiddelen in 2022. De categorie Overig betreft vervoersmiddelen met beperkte uitstoot zoals bussen, motorvoertuigen, mobiele werktuigen en recreatievaartuigen. Bron: CBS Statline en PBL.
Vier knoppen om klimaatimpact te verlagen
Om de klimaatimpact van onze vervoersmiddelen te verminderen staan elektrificeren en overstappen op waterstof bovenaan de lijst van oplossingen. Toch speelt er meer. Hoe snel en slim we de klimaatimpact van onze vervoersmiddelen verminderen hangt af van meer dan alleen de energie voor de aandrijving. Zonder grote veranderingen in beleid of ons gedrag zal bijvoorbeeld het vervoersvolume (afgelegde voertuigkilometers) verder doen toenemen door bevolkingsgroei en welvaart. Die verwachte toename in vervoersvolume heeft vervolgens effect op de grootte van de autoproductie en de behoefte aan schaarse grondstoffen. Daarnaast heeft ons rijgedrag en nieuwe technologie effect op hoeveel energie en CO2-uitstoot we kunnen besparen. En tot slot is onze keuze voor een vervoersmiddel te beïnvloeden, aldus PBL en TNO. De belangrijkste factoren om de klimaatimpact te beïnvloeden zijn:
Vervoersvolume – Het aantal personen en goederen dat wordt vervoerd en de afstand waarover dit plaatsvindt. Dat is de definitie van vervoersvolume. Naar verwachting zal de groei van de bevolking en economie in combinatie met de huidige manier van leven het vervoersvolume in de komende jaren verder doen toenemen.
Keuze vervoersmiddel – Welk vervoersmiddel kiezen we voor welk doel? En kunnen we daar verandering in brengen? Denk aan het stimuleren van OV voor dagelijks vervoer, een overstap van de auto naar de fiets, of vaker de trein als we reizen in plaats van het vliegtuig.
Brandstof – Op dit moment gebruiken we nog vooral fossiele brandstoffen als energiebron. Bij binnenlandse voertuigen (ofwel de sector mobiliteit) was in 2022 nog 92% fossiel, haalden we 7% uit biobrandstoffen en 1% uit elektriciteit. Bij de internationale lucht- en zeevaart is ‘slechts’ 3% van de energie afkomstig uit biobrandstoffen en komt de rest uit fossiele brandstoffen.
Efficiëntie – Technische verbeteringen en gedrag in gebruik bepalen hoeveel energie een vervoersmiddel nodig heeft. Bij vervoersmiddelen met een verbrandingsmotor leidt die verbetering direct tot minder CO2-uitstoot. Bij vervoersmiddelen die aandrijving op hernieuwbare energie hebben bespaart het energie.

De batterij-elektrische aandrijving is niet alleen dé oplossing voor personenauto’s, naar verwachting zullen ook de meeste bestelauto’s, bussen en vrachtverkeer een batterij-elektrische aandrijving krijgen.
Hoe kan de CO2-uitstoot van wegverkeer omlaag?
Het wegverkeer heeft niet alleen een aanzienlijke klimaatimpact, het is ook stevig verweven in onze dagelijkse activiteiten en manier van leven. Een auto geeft vrijheid en status, bovendien is de auto inmiddels voor veel Nederlanders ook gewoon noodzaak. Daarnaast vervoeren vrachtwagens onze goederen en bezorgen bestelbussen onze boodschappen, kleren en apparaten. Ze zijn de verbindende factoren tussen enorm veel werkplekken en onze dagelijks noodzakelijke behoeften.
Binnen het wegverkeer dragen personenauto’s met meer dan de helft het meeste bij. Een kwart komt van vrachtverkeer en 14% van bestelbussen (PBL en TNO). De oplossingen naar klimaatneutraal wegverkeer zitten niet alleen in de aandrijving, onze levensstijl in combinatie met de verwachte groei in bevolking en economie doen het vervoersvolume zonder wezenlijke aanpassingen verder toenemen. En dat heeft extra impact zoals meer autoproductie, meer benodigde grondstoffen en een groter beslag op schaarse hernieuwbare energie. Tegelijk zijn onze bestaande auto’s en vrachtwagens niet ineens te vervangen, ze gaan nog lang mee. De oplossingen zitten volgens PBL en TNO op drie punten: nieuwe energiebronnen (vooral elektrisch), verminderen van het vervoersvolume en voertuigefficiëntie.
Oplossing 1: Schone aandrijving (vooral elektrisch)
In het straatbeeld zien we ze meer en meer, elektrische auto’s. Inmiddels is bijna 14% van de personenauto’s elektrisch of hybride (CBS) en dat percentage blijft toenemen. In 2023 was ruim 30% van het aantal nieuwe auto’s elektrisch. Tussen 2030 en 2035 is dat gestegen naar 100% (PBL en TNO). De batterij-elektrische aandrijving is niet alleen dé oplossing voor personenauto’s, naar verwachting zullen ook de meeste bestelauto’s, bussen en vrachtverkeer een batterij-elektrische aandrijving krijgen. Slechts een deel van het zware vrachtverkeer heeft extra oplossingen nodig zoals batterijwisselstations, waterstof en bio- en e-brandstoffen (PBL en TNO). Het is wel essentieel dat de markt voor tweedehands elektrische auto’s op gang komt en laadinfrastructuur op orde is.
Oplossing 2: Verminderen vervoersvolume
Het vervoersvolume verminderen is nodig om de productie van vervoersmiddelen, de behoefte aan grondstoffen en de CO2-uitstoot van bestaande vervoersmiddelen met een verbrandingsmotor te remmen. De auto-industrie is bijvoorbeeld een grote afnemer van aluminium en staal, maar ook plastics, glas en rubber dragen bij (KiM). Het produceren van een auto met verbrandingsmotor veroorzaakt gemiddeld zo’n 7 ton CO2, de productie van een elektrische auto is zelfs zo’n 30% tot 60% meer (KiM).
Willen we het vervoersvolume verminderen dan zijn er sowieso meerdere maatregelen nodig. Vanuit de overheid kun je denken aan betalen naar gebruik, het aantrekkelijker maken van alternatieven zoals OV en fiets, ruimtelijke aanpassingen zoals minder parkeerplekken en het stimuleren van meer deelauto’s. Aan de gedragskant kunnen we autobezit en -gebruik minder de norm maken en duurzame reiskeuzes stimuleren met kennis, houding en meer gemak. PBL en TNO schatten in dat alle maatregelen bij elkaar de personenautokilometers met 20% tot 25% kunnen doen dalen, die van zwaar vrachtverkeer met 5% en bestelautokilometers met 15%.
Oplossing 3: Betere energie-efficiëntie
De laatste oplossing zit in energie-efficiëntie. Bij traditionele auto’s met een verbrandingsmotor zorgt dat voor minder energieverbruik én een lagere CO2-uitstoot, bij elektrische auto’s bespaart het alleen energie. Efficiëntieverbetering kan via technische aanpassingen zoals kleinere batterijen met een grotere actieradius, minder laadverlies, verminderen van sluipverbruik, maar ook door een energiezuinigere rijstijl te stimuleren. Dat laatste blijkt bij elektrische auto’s een minder groot effect te hebben dan bij traditionele auto’s met verbrandingsmotor omdat elektrische auto’s energie terugwinnen met regeneratief remmen. Wel kan een lage maximumsnelheid veel elektriciteitsverbruik besparen. Voor de traditionele auto’s kan een energiezuinigere rijstijl wel 5% tot 10% energie besparen (CE Delft). Overigens helpt het niet dat we steeds zwaardere auto’s (SUV) produceren en rijden.
Al onze auto’s nemen veel ruimte in beslag, bij elkaar zo’n 19 miljoen parkeerplaatsen ofwel 225 vierkante kilometer. En dat terwijl auto’s 96% van de tijd ongebruikt geparkeerd staan.

Zijn deelauto’s een deel van de oplossing?
Deelauto’s zijn een mogelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Huidige onderzoeken laten zien dat gebruikers van deelauto’s minder vaak rijden en als ze rijden dat doen om langere afstanden te overbruggen. Harde conclusies zijn er echter nog lastig te trekken omdat het aantal gebruikers klein is. Ook ontbreken de effecten over langere termijn. Toch zijn er aan de andere kant genoeg onderzoeken die laten zien dat autobezit leidt tot meer autogebruik, en andersom. Hierdoor zijn deelauto’s een onderdeel van een groter pakket aan maatregelen. Het aantal deelauto’s stijgt in ieder geval in 2023 verder door met in totaal zo’n 7.920 deelauto’s. De helft ervan is elektrisch (CROW). Om echte klimaatimpact te maken met deelauto’s zullen we er samen voor moeten zorgen dat ze het autobezit doen afnemen. Ze zijn er niet om het OV of de fiets te vervangen.
Wat kan jij als individu doen?
Als individu of bedrijf kun je op verschillende manieren bijdragen. Het is bijvoorbeeld goed om te beseffen dat onze klimaatneutrale vloot van vervoersmiddelen mogelijk net zo veel elektriciteit nodig zal hebben als wat wind op zee in 2050 gaat genereren. Dat is een grote behoefte aan elektriciteit, zeker ook omdat industrie, onze gebouwen en bedrijven net zo goed meer elektriciteit nodig hebben. Zuiniger rijgedrag is daarom nu en in de toekomst waardevol. Daarnaast kun je bijdragen door ons autobezit- en gebruik te remmen. Dat scheelt niet alleen CO2-uitstoot, maar ook de behoefte aan schaarse grondstoffen. Dit kan door vaker te reizen met OV of de fiets, te kiezen voor kleinere (lichtere) auto’s of een deelauto te gebruiken in plaats van een (extra) auto te kopen. En voelen deze stappen als individu misschien marginaal? Besef dat de kracht in het collectief zit.
- Maak elektrisch rijden makkelijker en aantrekkelijker – Deel ervaringen over elektrisch rijden en promoot het. Haal zorgen bij anderen weg door kennis te delen. Als bedrijf kun je daarnaast voor voldoende laadpunten zorgen of extra reiskorting geven op elektrisch rijden.
- Ga voor minder autobezit en -gebruik – Kies voor duurzame reisalternatieven wanneer dat kan, of stimuleer dat als bedrijf. Kies bij voorkeur voor kleinere en lichtere elektrische auto’s. Stimuleer langer gebruik, hergebruik en recycling. Draag bij aan de normverandering: minder auto’s is beter voor het klimaat.
- Stimuleer energiezuinig rijgedrag – In een auto met verbrandingsmotor scheelt het CO2-uitstoot, voor elektrische auto’s heeft vooral een lagere maximumsnelheid effect.
- Probeer eens een elektrische deelauto – Als individu kun je een keer testen hoe een deelauto werkt. Je hoeft niet direct je tweede (of derde) auto de deur uit te doen. Als bedrijf kun je abonnementen van deelauto’s promoten.
- Elektrisch rijden voor lagere inkomens – Als bedrijf kun je de overheid stimuleren voor het betaalbaarder maken van elektrisch rijden voor lagere inkomens. In Frankrijk denken ze aan een lease-programma voor lagere inkomens.
Bronnen:
- PBL en TNO 2024 – Klimaatneutrale mobiliteit in 2050.
- PBL en TNO 2024 – Klimaatneutraal wegverkeer in 2050.
- CBS – Dashboard verkeer en vervoer.
- CROW – Dashboard autodelen.
- KiM 2022 – Effecten van wijdverbreide autobezit in Nederland.
- KiM 2021 – Deelauto en deelfietsmobiliteit in Nederland.









